Wereldvrouwendag 2026: Hoe het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vrouwen discrimineert
Op 8 maart komen we naar jaarlijkse gewoonte op straat om een minder patriarchale, meer zorggerichte samenleving te eisen. Ook internationale partners in de Filipijnen en Bolivia delen statements op deze dag, die ons allemaal verbindt. Wat misloopt voor Europese boerinnen, heeft veel te maken met beleid. We werpen daarom een blik op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (of CAP, Common Agricultural Policy) van de Europese Unie.
De EU wil gendergelijkheid in landbouw, maar het huidige beleid houdt te weinig rekening met de realiteit van vrouwen in de sector. Zonder structurele veranderingen in beleid en instituties blijft de genderkloof bestaan. We zien bijvoorbeeld dat wanneer beleidsdoelen botsen - bijvoorbeeld tussen winstgevendheid van de sector en gelijkheid - economische groei meestal voorrang krijgt.
Enkele GLB-maatregelen die ongelijkheid vergroten
Het is in het algemeen nadelig voor agro-ecologische boeren en boerinnen dat subsidies afhankelijk zijn van hoe groot een bedrijf is (in hectaren of aantal dieren). Agro-ecologische boeren en boerinnen werken namelijk vaker op kleine schaal. Maar nog los van het type landbouw, hebben vrouwelijke landbouwers vaak kleinere bedrijven dan mannen. Dit betekent dus dat vrouwen minder profiteren van deze steun.
Maatregelen die neutraal lijken, blijken soms qua impact toch genderafhankelijk te zijn
Het GLB vereist verder dat boeren een landbouwopleiding hebben gevolgd of bedrijfsleider zijn om subsidies te kunnen krijgen. Vrouwelijke boeren vertegenwoordigen echter maar 30% van het totale aantal landbouwbedrijfsleiders in de EU. Ze werken vaak samen met mannen, zonder opleiding en zonder statuut van bedrijfsleider. In eerste instantie kiezen ze vanwege gendernormen vaker voor een carrière in de zorg dan in de landbouw of in andere technische domeinen. Het werk op de boerderij doen ze er te vaak onbetaald bij. Zonder dat we het goed beseffen, is onze landbouw sterk afhankelijk van gratis of goedkope arbeidskrachten. Dan kijken we ook naar uitbuiting van gemigreerde werkers (bijvoorbeeld in de Italiaanse tomatenindustrie). (bron: SWIFT)
Het klassieke model van familieboerderijen - die vaak via heteroseksuele huwelijken worden doorgegeven - kan LGBTQIA+-personen uitsluiten van erfenissen en van toegang tot landbouwgrond. Door discriminatie hebben zij bovendien vaker te maken met armoede, waardoor het nog moeilijker wordt om krediet of land te verkrijgen.
Toch zetten veel LGBTQIA+-boeren die uitdagingen om in kracht. Vanuit hun sterke engagement voor sociale rechtvaardigheid bouwen ze mee aan alternatieve vormen van landbouw. Door bestaande ideeën over gender, macht en landbouw in vraag te stellen, helpen ze mee aan meer rechtvaardige voedselsystemen.
Europees beleid: geen ver-van-ons-bed-show
We kijken kritisch naar beleid omdat achter dat beleid persoonlijke ervaringen zitten. Vrouwen in de landbouw moeten beseffen dat ze niet zo alleen staan als het soms voelt. En niet enkel vrouwen. Beleid raakt ons allemaal. Als burgers betalen we belastingen en hebben we dus het recht om te volgen en mee te bepalen hoe publiek geld wordt besteed.
Politiek en beleid hoeven geen onbegrijpelijk kluwen te zijn. Ze zijn van ons allemaal.
Verder lezen:
Gender and Agriculture: Policy tensions behind the EU gender gap